Twee families, dezelfde indicatie, een heel ander jaar
De ene familie heeft na zeven weken een plaats. De andere wacht negen maanden, met dezelfde Wlz-indicatie en in dezelfde regio. Het verschil zit zelden in geluk. Het zit in een administratief onderscheid dat bijna niemand uitlegt: actief wachtend of niet-actief wachtend.
Wat de twee statussen betekenen
Zodra u met de indicatie bij het zorgkantoor komt, wordt genoteerd hoe u wacht.
Actief wachtend betekent: deze persoon moet zo snel mogelijk worden opgenomen, in het eerste huis dat passend is. Voor deze groep geldt de treeknorm: de maximaal aanvaardbare wachttijd, voor opname zes weken. Wordt die overschreden, dan heeft het zorgkantoor een inspanningsverplichting — u kunt daar ook op wijzen.
Niet-actief wachtend betekent: de situatie thuis is voorlopig houdbaar, en er wordt gewacht op een specifiek huis of een specifieke afdeling. Hier geldt geen termijn. U wacht tot er in dat ene huis iets vrijkomt, en dat kan lang duren.
Beide keuzes zijn legitiem. Wat niet legitiem is, is dat een familie niet-actief wachtend blijkt te zijn zonder dat zij dat wist, en maanden later ontdekt dat er nooit een klok liep.
Vraag daarom expliciet: sta ik geregistreerd als actief wachtend of niet? En laat het antwoord bevestigen.
Wachten op één huis kost tijd, en soms te veel
De sterkste voorkeur die families uitspreken is de voorkeur voor één bepaald huis: dicht bij de dochter, het huis waar een buurvrouw tevreden was, de plek die goed voelde tijdens de rondleiding.
Die voorkeur is begrijpelijk en soms de juiste keuze. Maar hij heeft een prijs die zelden hardop wordt genoemd: zolang u op dat ene huis wacht, staat u meestal niet-actief geregistreerd, en telt de tijd niet.
De praktische middenweg is inschrijven op meerdere huizen tegelijk — dat mag — en daarbij actief wachtend blijven, met een duidelijke voorkeursvolgorde. Komt er eerder ergens anders een plaats vrij, dan kunt u die accepteren en op de voorkeurslijst blijven staan voor een latere verhuizing. Een verhuizing binnen de Wlz is niet eenvoudig, maar hij is mogelijk, en hij is minder zwaar dan nog een half jaar thuis in een situatie die niet houdbaar is.
Overbruggingszorg: wat u krijgt terwijl u wacht
Vanaf het moment dat de indicatie er is, hoeft u niet met lege handen te wachten. De Wlz kent overbruggingszorg: zorg thuis, betaald uit de Wlz, tot de opname rond is.
Dat kan thuiszorg zijn, dagbesteding, een aantal dagdelen begeleiding, of een combinatie. Het regelt niet alles, maar het scheelt vaak precies genoeg om de weken tot de opname door te komen zonder dat de mantelzorger omvalt.
Overbruggingszorg gaat niet vanzelf in. U vraagt hem aan bij het zorgkantoor, tegelijk met de inschrijving. Doe dat op dezelfde dag; het is dezelfde telefoongesprek.
Wat u het zorgkantoor vraagt
Eén gesprek, vijf vragen, en u weet waar u staat
- Sta ik geregistreerd als actief wachtend?
- Op welke huizen sta ik ingeschreven, en met welke volgorde van voorkeur?
- Wat is op dit moment de reële wachttijd voor mijn zorgprofiel in deze regio?
- Welke overbruggingszorg kan nu starten, en wanneer begint die?
- Wie is mijn vaste contactpersoon, en hoe bereik ik die rechtstreeks?
Vraag ook naar een onafhankelijke cliëntondersteuner. Die is gratis, staat naast u en niet naast het zorgkantoor, en kent de regionale praktijk. Voor een familie die dit voor het eerst doet, is dat de goedkoopste tijdwinst die er is.
Wat de wachttijd echt bepaalt
Drie dingen, in deze volgorde: het zorgprofiel (zwaardere profielen en gesloten afdelingen hebben andere lijsten dan lichte), de regio (de verschillen tussen zorgkantoorregios zijn groot), en het aantal huizen waarop u staat ingeschreven.
Van die drie kunt u er maar één beïnvloeden. Doe dat dan ook.
*Curalune ondersteunt bij het zoeken en oriënteren. Wachttijden, plaatsing en voorrang worden bepaald door het zorgkantoor en de voorzieningen zelf.*