De keuze is zelden alles of niets
Families denken vaak in twee standen: thuis blijven, of naar een woonzorgcentrum. Tussen die twee ligt een voorziening die in Vlaanderen goed uitgebouwd is en toch weinig gebruikt wordt door wie ze het hardst nodig heeft: het dagverzorgingscentrum.
Uw vader of moeder gaat er s ochtends naartoe en is s avonds weer thuis. Enkele dagen per week, soms één, soms vijf. Het bed thuis blijft, de gewoontes blijven, en de mantelzorger krijgt zijn dagen terug.
Wat er overdag gebeurt
Meer dan bewaking. Een dagverzorgingscentrum biedt in de regel
- verzorging en hulp bij wassen en kleden, inclusief een bad of douche die thuis moeilijk is geworden;
- een warme maaltijd op een vast uur, in gezelschap;
- activiteiten en beweging afgestemd op wat iemand nog kan;
- opvolging door verpleegkundigen, die veranderingen vroeg opmerken;
- vervoer van en naar huis, meestal georganiseerd door het centrum zelf.
Dat laatste punt beslist vaker over het al dan niet lukken dan alle andere samen. Vraag het als eerste.
Waarom het bij dementie bijzonder goed werkt
Bij dementie is structuur zelf een vorm van zorg. Vaste uren, vaste gezichten, een dag met een vorm — dat vermindert de onrust die thuis in de late namiddag opkomt, en het slaapt s nachts beter door.
Er is ook een tweede effect dat op geen enkele folder staat. De mantelzorger die drie dagen per week vrij heeft, houdt het jaren langer vol. En de langste beslissing die u kunt nemen, is de beslissing die u niet uitgeput neemt.
Wanneer het niet volstaat
Eerlijk over de grenzen, want die zijn hard
- de nacht. Wie s nachts niet alleen kan zijn, is met dagopvang niet geholpen. Dat is precies de grens waarop de vraag een woonzorgcentrum wordt;
- wegloopgedrag in de uren dat er niemand is;
- zware verpleegkundige zorg die continu moet doorlopen;
- verzet. Wie elke ochtend weigert in de bus te stappen, houdt het niet vol, en de familie ook niet.
Wat het kost en wat u kunt terugkrijgen
U betaalt een dagprijs per aanwezigheidsdag, met vervoer meestal apart. De bedragen verschillen per centrum en worden op aanvraag schriftelijk gegeven — vraag ernaar voordat u begint.
Twee dingen die het beeld veranderen
- het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood loopt gewoon door en is niet gekoppeld aan waar iemand overdag is;
- veel ziekenfondsen voorzien een tussenkomst in dagopvang of vervoer. Dat staat niet op de factuur van het centrum: u moet het zelf bij uw ziekenfonds opvragen.
Vraag ook het OCMW naar een tussenkomst als de dagprijs zwaar valt. Dat gesprek is hetzelfde gesprek als voor een opname, alleen een stuk vroeger.
Hoe u kiest
Ga kijken op het uur dat u ook echt zou brengen, niet op een rustig middaguur. Let op drie dingen die de folder niet vertelt: hoeveel mensen er per begeleider zijn, of er vaste gezichten werken, en wat er gebeurt op een moeilijke dag — bij verzet, bij verwardheid, bij een ongeluk.
En vraag of een proefperiode mogelijk is. Bijna alle centra staan het toe, en twee proefdagen zeggen meer dan drie rondleidingen.
Het gesprek thuis
De zin die zelden werkt is: het is voor jou beter. De zin die vaak wel werkt is: ik red het niet meer alleen, help me dit vol te houden. Dat is bovendien waar, en de meeste ouders zeggen daar eerder ja tegen dan tegen een oplossing die als hun probleem wordt gepresenteerd.
*Curalune ondersteunt bij het zoeken en oriënteren. Toelating, tarieven en tussenkomsten worden bepaald door het centrum, het ziekenfonds en het OCMW.*